Over ons

Vier generaties beddenspecialisten

Al vier generaties lang fabriceert de familie Brouwers uit Tilburg matrassen. Jozef Brouwers begon hiermee rond 1930. In zijn Beddenfabriek Brouwers Matrassen op de Hilvarenbeekseweg in Tilburg produceerde hij Wolstadmatrassen. Zijn producten werden in tientallen winkels in de omgeving verkocht.

Jozefs zonen Anton en Matthijs zetten de lijn voort. Anton opende in 1952 een nieuwe fabriek aan de Lange Nieuwstraat in Tilburg, onder de naam ABZ Matrassen. ABZ stond voor Anton Brouwers en Zonen.

Mathijs Brouwers richtte beddenmakerij M. Brouwers en Zonen op in 1954. Hij produceerde handgemaakte matrassen van goede kwaliteit en voorzien van natuurlijke materialen als kapok en wol. De zonen Jan en Ad zetten het bedrijf voort onder de naam Brouwers Bedden. Ook zij hadden Tilburg als thuisbasis. Eerst vanuit de Meelstraat, later in de Van Lennipstraat.

Jans zoon Thieu startte twintig jaar geleden met Brouwers Bedding. Hij kreeg het vak met de paplepel ingegoten en zat als jongetje al tussen de matrassen in zijn vaders fabriek. Dankzij de overgedragen kennis van zijn overgrootvader, opa en vader kent hij alle ins en outs die er zijn over matrassen. Daarnaast is hij altijd met de tijd mee gegaan. Zijn matrassen volgen de laatste trends, worden gemaakt van de modernste materialen en voorzien van alle bestaande innovaties, zoals de anti-muggenmatras en een anti-cellulitismatras.

Sinds 2011 wordt Thieu gesteund door Bram Groos. Bram heeft altijd beddenwinkels gehad en hij gebruikt zijn kennis van de retailwereld om Brouwers Bedding nog verder uit te breiden en ook de onlinewereld te veroveren.

Evolutie van matras: van stro-baal tot anti-mug
Al in de steentijd maakten mensen primitieve bedden van stro en gras, bedekt met dierenhuiden. Egyptische farao’s ontdekten de voordelen van iets boven de grond slapen. Koning Toetanchamon had een bed van eboniet en goud. Gewone mensen sliepen op houten bedden in de hoek van hun huis. Op het bed lagen matrassen gemaakt van wollen kussens.

De Romeinen ontwierpen de eerste echt luxe bedden, van hout of metaal, vaak gedecoreerd met goud, zilver of brons. De stoffen matrassen waren gevuld met riet, hooi, wol of veren. De allerarmsten hadden alleen een mat op de vloer. Ook werd in deze tijd het waterbed uitgevonden.

In de middeleeuwen sliepen de rijkste mensen in een hemelbed. Geslaagde boeren en stedelingen die het zich konden veroorloven lagen in een bedstee. Het gewone volk sliep op een houten bed en de allerarmsten sliepen op de grond op een stevige juten zak, gevuld met stro, mos en wol. De rijksten hadden een matrashoes van linnen of zijde, die ze vulden met donsveren en katoen.

Tijdens de Renaissance veranderde er voor de armen niet veel: zij sliepen nog steeds op zakken gevuld met stro en in het beste geval lag die zak op een simpele houten verhoging. De matrassen van de rijken werden steeds zachter en comfortabeler door het gebruik van fluwelen stoffen. Die werden gevuld met erwtenschillen of stro en veren.

Met de industriële revolutie verschenen ook de ijzeren bedden en katoenen matrassen. Die zorgden ervoor dat een bed veel minder aantrekkelijk werd voor ongedierte. Tot die tijd hoorden de beestjes bij het slaapritueel. Ook werden in 1865 werd de eerste springveren gepatenteerd.

Rond 1930 raakte de binnenvering in matrassen in opkomst. In de jaren 50 kwamen de eerste matrassen gemaakt van schuim op de markt. In de jaren 60 deden moderne waterbedden hun intrede, net als verstelbare bedden.

In de jaren die volgden werden de buitenhoezen steeds luxer. Werden die voorheen gewoven, tegenwoordig zijn de meeste hoezen gebreid. De binnenvering is vervangen door pocketvering en als opdekking wordt nu vooral polyetherschuim gebruikt, in plaats van kapok. Traagschuim, dat werd ontwikkeld door NASA voor de ruimtevaartindustrie, is nu de populairste matrasvoering.

Ook is er tegenwoordig veel aandacht voor allergieën en worden er speciale buitenhoezen ontwikkeld die onder andere muggen moeten tegenhouden en cellulitis tegen kunnen gaan